
44
•
Bescherm de ogen van de patiënt altijd met een veiligheidsbril en bescherm kleding tegen opspatten en
morsen van natriumhypochloriet.
•
Plaats de spuittip van de MDT nooit dichter dan op vijf (5) millimeter afstand van de coronale opening van
elk pulpakanaal.
•
Richt de MDT nooit rechtstreeks in de opening van het kanaal, aangezien dit een positieve irrigatiedruk in
het kanaal kan veroorzaken.
•
Het plaatsen van de microcanule over de volledige werklengte (WL) vereist een kanaalpreparatie met een
minimale afmeting van #35 /,04 conisch, of ten minste #45 wanneer een niet-conisch instrument, zoals
LightSpeed
®
LSX
™
, wordt gebruikt.
•
Gebruik het EndoVac
™
-systeem altijd in de hier beschreven volgorde. Het overslaan of afwijken van de
volgende stappen kan resulteren in het verstopt raken van de EndoVac
™
-canules.
•
Diverse voorgevulde spuiten: Spuiten van 20 cc met natriumhypochloriet, spuiten van 3 cc met EDTA en
optionele spuiten met oplossingen naar keuze van de clinicus. Zorg ervoor dat er geen luchtbellen in de
voorgevulde spuiten zitten, aangezien die na het uitoefenen van de plunjerdruk een ongecontroleerde
uitstoot van irrigatievloeistof veroorzaken.
Bijwerkingen
Geen bekend
Preklinische overwegingen
•
De vloeistofmechanica van EndoVac zijn afhankelijk van een intacte klinische kroon met een
toegangsopening van ten minste 6-8 millimeter van de hoek van de holte tot de bodem van de pulpa.
Wanneer de klinische kroon beschadigd is, moet met een composiet een tijdelijke kroon worden gemaakt.
•
De uiteindelijke apicale vorm moet ten minste #35 zijn en 4% conisch. Voor niet-conische preparaties
verdient het aanbeveling om LightSpeedLSX te gebruiken als afwerkvijl om de afmeting te vergroten naar
ten minste #45. Op die manier is er voor de microcanule voldoende ruimte om de volledige werklengte
te bereiken, wat resulteert in een schoner kanaal.
1. Installatie van de multi-poortadapter en MDT in de
behandelkamer
Afbeelding 1. De multi-poortadapter (zwarte pijl) wordt in een Hi-Vac-verbinding geplaatst die in het afzuigrek
zit. Zorg ervoor dat de zuigcontroleklep (witte pijl) volledig open is.
Afbeelding 2. Sluit de slangenset (witte connectoren) van het vingerstuk/handstuk aan op beide gaten (zwarte
pijlen) op de bovenkant van de multi-poortadapter. Haal de doorzichtige slangen achter het afzuigrek langs
(witte pijlen).
Afbeelding 3. Plaats de spuittip (MDT met blauwe connector) op de spuit van 20 cc met NaOCl.
Afbeelding 4. Steek het ene uiteinde van de MDT-slangenset (blauwe connectoren) stevig in de blauwe
aansluiting van de MDT (zwarte pijl).
Afbeelding 5. Steek het andere uiteinde van de MDT-slangenset (blauwe connectoren) stevig in de onderste
opening van de multi-poortadapter (zwarte pijl).
Afbeelding 6. Hang de MDT op de schroef (zwarte pijl) op de voorkant van de multi-poortadapter.
Afbeelding 7. De MDT is nu voor de assistent of tandarts te allen tijde binnen handbereik.
2. Gebruik van MDT tijdens instrumentatie
Overzicht
De MDT (Afbeelding 8) zorgt voor zowel een constante aanvoer van verse natriumhypochloriet uit de
metalen spuittip (Afbeelding 9 – witte pijl) naar de pulpakamer als voor het direct verwijderen van overtollige
irrigatievloeistof via het plastic omhulsel voor afzuiging (zwarte pijl) dat de spuittip omsluit. Deze tweeledige
actie is een methode om een pulpakamer tot aan de rand toe met verse natriumhypochloriet gevuld te
houden. De spuittip wordt net binnen de toegangsopening geplaatst, terwijl het plastic omhulsel aan de
buitenkant blijft. Een stroom irrigatievloeistof wordt vanuit de spuittip op een axiale wand gericht en nooit
rechtstreeks op de opening van een pulpakanaal.
Herinnering: Het is mogelijk om positieve druk in het pulpakanaal te creëren, wat tot een natriumhypochloriet-
accident kan leiden als de clinicus niet de volgende punten opvolgt: (a) spuit de irrigatievloeistof van de MDT
altijd in een natuurlijke of tijdelijk intacte toegangsopening van ten minste zes tot acht (6-8) millimeter van
de hoek van de holte tot de bodem van de pulpa, (b) richt de irrigatiestroom altijd op een axiale wand op
ongeveer 45 graden van het axiale vlak van het pulpakanaal bij molaren, op 60 graden bij premolaren en op
90 graden bij voortanden en (c) plaats de spuittip van de MDT nooit dichter dan op vijf (5) millimeter afstand
van de coronale opening van elk pulpakanaal. (Afbeelding 9).
Summary of Contents for EndoVac
Page 1: ...EndoVac Apical Negative Pressure Irrigation System Instructions for Use...
Page 3: ...3 1 Figure 1 Figure 2 Figure 3 Figure 4 Figure 5 Figure 6 Figure 7...
Page 4: ...4 2 3 Figure 8 Figure 9 Figure 10 Figure 11 Figure 12 Figure 13...
Page 5: ...5 4 5 Figure 14 Figure 15 Figure 16 Figure 17 Figure 18 Figure 19...
Page 6: ...6 6 7 Figure 20 Figure 21 Figure 22 Figure 23 Figure 24 Figure 25...