Rev.3.0 del 13/06/2016
4) T. PAUZE:
(Programmering tijd aut. sluiten max. 4 min.)
De centrale wordt door de fabrikant geleverd met automatisch
sluiten (pauzetijd gelijk aan 15 sec.). Wanneer een
herprogrammering van de automatische sluittijd moet gebeuren,
dient men dit als volgt uit te voeren met het sluitwerk gesloten:
ga met de toets SEL op het knipperen van het LED T. PAUZE
staan, druk daarna continu op de toets SET gedurende een tijd
gelijk aan de gewenste pauzetijd tussen het einde van de fase
voor openen en het sluiten van het sluitwerk, wanneer de
gewenste tijd verstreken is moet men de toets SET loslaten, op
hetzelfde moment wordt in het geheugen de tijd voor
automatisch sluiten bepaald en het LED T. PAUZE blijft vast
aan.
Als men geen automatisch sluiten wenst, gaat men op het
knipperen van het LED T. PAUZE staan. Druk daarna minder
dan 1 seconde op de toets SET , tegelijk gaat het LED uit en de
handeling is voltooid.
RESET:
Wanneer het nodig is om de centrale terug te zetten op de
fabrieksconfiguratie, drukt men tegelijk op de toetsen SEL en
SET, tegelijk gaan alle
RODE
signalisatie-LED's aan,
onmiddellijk daarna gaan ze weer uit.
O
PMERKINGEN VOOR DE INSTALLATEUR
De centrale werd ontworpen om samen met andere
componenten te worden geassembleerd (motor, rolluik of
hekken, beveiligingen) teneinde een eindproduct te bouwen
(machine) volgens de Machinerichtlijn.
De veiligheid van de eindinstallatie en het naleven van alle
normvoorschriften is op last van de persoon die de
verschillende onderdelen assembleert om een complete
sluiting te bouwen.
Het is bovendien aanbevolen de volgende
waarschuwingen te respecteren:
−
Vooraleer het sluitwerk te automatiseren moet men de
goede
staat
ervan
controleren,
krachtens
de
machinerichtlijn en conform met de norm EN 12604.
−
De bekabeling van de verschillende elektrische
componenten buiten de centrale moet worden uitgevoerd
volgens de bepalingen van de norm EN 60204-1 en van
de wijzigingen die hieraan werden aangebracht bij punt
5.2.7 van de EN 12453. De bevestiging van de
voedingskabels en aansluitingskabels moet worden
verzekerd via assemblage van de optioneel geleverde
kabelklemmen.
−
De reductiemotor gebruikt om het sluitwerk te bewegen,
moet conform zijn met de bepalingen bij punt 5.2.7 van de
EN 12453.
−
Maak de centrale aan een muur vast, gebruik voor de
montage de speciale houder waarmee de omkasting is
voorzien, steek de bevestigingsschroeven in de speciaal
uitgespaarde gaten.
−
De centrale moet ondergebracht worden in een omgeving
met
een
beschermingsgraad
IP44
of
hoger.
Om de inrichting te bevestigen, voer de schroeven in de
uitsparingen van de houder van de ommanteling.
−
Voor een vlottere bekabeling van de centrale, breek de
tanden van de plastic houder en hermonteer het deksel
van de ommanteling na de aansluitingen te hebben
uitgevoerd.
−
Een eventuele montage van een toetsenbord voor manueel
commando moet gebeuren door het toetsenbord zo te
plaatsen dat de gebruiker zich niet in een gevaarlijke
positie bevindt, conform met punt 5.2.8 van de EN 12453.
−
De centrale heeft geen enkel type lijnonderbreking op de
elektrische lijn 230 Vac, het is daarom op last van de
installateur om een lijnonderbreker op de installatie te
voorzien. Men moet een omnipolaire schakelaar van
categorie III voor overspanning installeren. Deze moet zo
geplaatst worden dat die beschermd is tegen onopzettelijk
herafsluiten volgens de bepalingen van punt 5.2.9 van de
EN 12453.
−
Conform met punt 5.4.2 van de norm EN 12453 is het
aanbevolen reductiemotoren te gebruiken, uitgerust met
een elektromechanische voorziening voor deblokkering,
zodat de poort indien nodig ook manueel kan worden
bewogen.
−
Conform met punt 5.4.3. van de norm EN 12453 moet men
elektromechanische deblokkeersystemen of gelijkaardige
voorzieningen gebruiken, waarmee de poort veilig op haar
eindaanslagpositie kan stoppen.
−
De voedingskabels en de aansluitingskabels van de motor
geschikt voor het inbrengen in de geleverde
kabelklemmen pg9 moeten een buitendiameter hebben,
begrepen tussen 4,5 en 7 mm. De interne geleiderkabels
moeten een nominale doorsnede hebben gelijk aan
0,75mm
2..
Indien er geen kabelgoot wordt gebruikt, is het
aanbevolen om kabels te gebruiken uit H05RR-F
materiaal.
−
In de buurt van de installatie moet men een
waarschuwingsbord van minimum 60 mm hoog
aanbrengen, conform met de ISO 3864.
−
Gebruik beveiligingen die in staat zijn om de staat van hun
aansluiting op de elektrische centrale te controleren.
−
Na de installatie moet men alle controles uitvoeren die
voorgeschreven zijn door de norm EN 12453 - EN 12445
om na te gaan of het sluiten conform is met de
voorschriften
−
Voor een correcte werking van het radio-ontvangergedeelte
in geval men twee of meerdere centrales gebruikt, is het
aanbevolen om die onderling op een afstand van minstens
3 meter van elkaarte installeren.
B
ELANGRIJK VOOR DE GEBRUIKER
-
Het toestel mag niet worden gebruikt door kinderen of door
psychisch of fysisch mindervalide personen, indien zij niet
onder toezicht staan of instructies krijgen over de werking en de
gebruikswijze.
- Laat kinderen niet met het toestel spelen en houd de
radiobesturingen ver buiten hun bereik.
- Controleer of er geen personen aanwezig zijn in de
onmiddellijke omgeving tot de poort volledig open of gesloten
is.
- OPGEPAST: bewaar deze instructiehandleiding en respecteer
de belangrijke veiligheidsvoorschriften die hierin vermeld staan.
Het niet naleven van de voorschriften kan tot schade en
ernstige ongevallen leiden.
- Onderzoek de installatie regelmatig om eventuele tekenen van
schade op te sporen. Gebruik het toestel niet wanneer een
reparatie-interventie nodig is.
Opgepast
Alle handelingen die het openen van de omkasting vereisen
(aansluiting van kabels, programmering, enz.) moeten tijdens
de installatiefase door gespecialiseerd personeel worden
uitgevoerd. Voor elke verdere handeling die opnieuw het
openen van de omkasting vereist (herprogrammering, reparatie
of wijzigingen aan de installatie) moet men de technische dienst
contacteren.