12. FOUTMELDINGEN OP DE DISPLAY (WAAR AANWEZIG)
(ZIE FIG. 7)
OORZAAK
OPLOSSING
F0
1. De “ON/OFF” schakelaar staat
in de positie “ON” (|) wanneer de
generator wordt aangesloten op
het elektriciteitsnet
1. Haal de stekker uit het stopcontact, zet de ON/OFF”
schakelaar in de positie “OFF” (0) en sluit het apparaat
opnieuw aan op het elektriciteitsnet en zet de “ON/
OFF” schakelaar in de positie “ON” (|)
F1
1. Te weinig brandstof
2. De brandstof is verontreinigd
3. De fotocel is verontreinigd of
beschadigd
4. Het brandstoffilter is verontreinigd
5. Ontstekingsfout
1. Zet de “ON/OFF” schakelaar in de positie “OFF” (0) en
brandstoftank bijvullen
2. Zet de “ON/OFF” schakelaar in de positie “OFF” (0),
de brandstoftank leegmaken en vervolgens weer
bijvullen. Reinig het filter met behulp van schoon
brandstof. Wees voorzichtig om het filter niet te
beschadigen (ZIE PARAG. 8)
3. Raadpleeg een erkende servicedienst
4. ZIE PARAG. 8
5. Raadpleeg een erkende servicedienst
F2
1. Kabel onderbroken
2. De sensor is beschadigd
1. Raadpleeg een erkende servicedienst
2. Raadpleeg een erkende servicedienst
F3
1. Interne oververhitting van de
generator
1. Generator uitschakelen en wachten totdat het
apparaat volledig is afgekoeld
F4
1. Spanning niet geschikt
1. Controleer of uw systeem de correcte spanning heeft
LO
1. De buitentemperatuur is lager dan
-5°C
1. Normale conditie
CH
1. Continu bedrijf
1. Normale conditie
13. TROUBLESHOOTING
PROBLEEM
MOGELIJKE OORZAAK
MOGELIJKE OPLOSSING
De generator
start niet
1. Generator geblokkeerd
2. Startschakelaar staat op “OFF”
(0)
3. Geen voeding
4. Interventie van de
temperatuursensor
5. Besturingskaart geblokkeerd
6. Foutieve instelling van de
omgevingsthermostaat (waar
aanwezig)
1. De generator resetten (ZIE PARAG. 6.2)
2. Zet de startschakelaar op “ON” (|)
3. Steek de voedingskabel correct in het
stopcontact van het elektrische net
4. Wacht minstens tien minuten en probeer
vervolgens opnieuw over te gaan tot de
ontstekingsfase
5a. De generator resetten (ZIE PARAG. 6.2)
5b. Identificeer de foutmelding op de display
(waar aanwezig)
6. Bedien de omgevingsthermostaat, zet hem
op een hogere temperatuur dan die van de
werkomgeving (ZIE FIG. 9-10)
De motor start
maar er komt
geen vlam
1. Geen brandstof
2. Verkeerde druk van de pomp
3. Vreemde substanties aanwezig
in de tank
1. Brandstof bijvullen en eventueel de generator
resetten
2. De druk van de compressor bijregelen (ZIE
PARAG. 7)
3. Maak de tank leeg en vul met zuivere
brandstof (ZIE PARAG. 9)
en
it
de
es
fr
nl
pt
da
fi
no
sv
pl
ru
cs
hu
sl
tr
hr
lt
lv
et
ro
sk
bg
uk
bs
el
zh