Inbedrijfstelling
Verbrandingsanalyse
27
Verbrandingswaarden aardgas
G20 / G25
Alle ketels
CO
2, max
%
10.0 ± 0.2
CO
max
ppm <
1000
Aansteekbrander
CO
2, min
%
10.2 ± 0.2
CO
min
ppm <
1000
Verbrandingswaarden propaan
G31
Alle ketels
CO
2, max
%
11.0 ± 0.2
CO
max
ppm <
1000
CO
2, min
%
11.2 ± 0.2
CO
min
ppm <
1000
Aansteekbrander
Instellen verbrandingswaarde bij
vollast
Start het toestel op servicebedrijf vol-
last (
W2
). Wanneer P9 is gereduceerd
tot 50% (zie vorige paragraaf), zal het
toestel op 50% belasting blijven. Laat
het toestel 3 minuten in bedrijf, alvo-
rens P9 stapsgewijs te verhogen tot
100%. Controleer de gasdruk aan de
inlaat van het gasblok gedurende het
opmoduleren naar 100%: de gasdruk
mag niet onder de minimaal voorge-
schreven waarde komen (zie techni-
sche gegevens). Stel de minimale gas-
drukschakelaar (1) in op 50% van de
benodigde gasdruk.
Controleer ten eerste de verbrandings-
waarden van de aansteekbrander via
het meetbuisje achterop de ketel (3).
Indien noodzakelijk kunnen de verbran-
dingswaarden worden gecorrigeerd met
behulp van de instelschroef op het aan-
steekgasblok (2).
Controleer vervolgens de verbrandings-
waarden van de hoofdbrander via een
meetpunt in de schoorsteen (4). Indien
noodzakelijk kunnen de verbrandings-
waarden worden gecorrigeerd met
behulp van de V-instelschroef op het
hoofdgasblok (5).
Instellen verbrandingswaarde bij
minimumlast
Schakel het toestel om naar servicebe-
drijf minimumlast (
W1
). Controleer de
verbrandingswaarden op dezelfde wijze
als beschreven voor vollast. De ver-
brandingswaarden voor de aansteek-
brander kunnen, indien noodzakelijk,
worden gecorrigeerd met behulp van
de stelschroef op het aansteekgasblok
(6). De verbrandingswaarden voor de
hoofdbrander kunnen, indien noodza-
kelijk, worden gecorrigeerd met
behulp van de stelschroef op het hoofd-
gasblok (7).
Controleren verbrandingswaarde bij
50% belasting
Het is aanbevolen om de verbrandings-
waarde bij 50% belasting te meten als
referentie voor een stabiele gas/lucht-
verhouding over het gehele modula-
tiegebied van het toestel. De CO
2
-
waarde dient zich te bevinden tussen
de ingestelde waarden bij vollast en
minimumlast. De CO-waarde moet
ongeveer gelijk zijn aan de waarden bij
vollast en minimumlast.
Vergeet niet om na de verbrandings-
analyse de regelaar om te schakelen
naar automatische bedrijf (
F
).
1
4
Verbrandingswaarden aardgas
G20 / G25
Alle ketels
CO
2, max
%
10.0 ± 0.2
CO
max
ppm <
30
Hoofdbrander
CO
2, min
%
9.3 ± 0.2
CO
min
ppm <
30
Verbrandingswaarden propaan
G31
Alle ketels
CO
2, max
%
11.9 ± 0.2
CO
max
ppm <
30
CO
2, min
%
11.0 ± 0.2
CO
min
ppm <
30
Hoofdbrander
6
2
5
7
3
Содержание R3400
Страница 2: ......
Страница 3: ...Operation and Installation manual for authorized technicians only R3400 R3500 R3600SB 08 2011 DOC1083...
Страница 42: ......
Страница 43: ...Betriebsanleitung f r die autorisierte Fachkraft R3400 R3500 R3600SB 08 2011 DOC1083...
Страница 82: ......
Страница 83: ...Bedienings en Installatiehandleiding Alleen voor bevoegde vakmensen R3400 R3500 R3600SB 08 2011 DOC1083...
Страница 122: ......
Страница 123: ...Notice d installation et d emploi r serv e l usage des techniciens agr s 08 2011 DOC1083...
Страница 162: ......
Страница 163: ...Istruzioni per l uso solo per il tecnico autorizzato R3400 R3500 R3600SB 08 2011 DOC1083...
Страница 202: ......
Страница 203: ......