NLD
52
12. ELEKTROMAGNETISCHE COMPATIBILITEIT (EMC)
Medische elektrische apparatuur is onderhevig aan speciale voorzorgsmaatregelen met betrekking tot de elektromagnetische compatibiliteit.
Dit apparaat kan door andere elektrische apparaten worden beïnvloed.
Dit apparaat wordt met accessoires uit de accessoirelijst op elektromagnetische compatibiliteit getest. Andere accessoires mogen alleen
worden gebruikt als de elektromagnetische compatibiliteit niet worden belemmerd. Het gebruik van niet-conforme accessoires kan tot
hogere elektromagnetische emissies of een verlaagde elektromagnetische immuniteit van het apparaat leiden.
WAARSCHUWING
Gevaar door een te kleine veiligheidsafstand
Als mobiele hoogfrequente communicatieapparaten te dicht bij dit apparaat worden gebruikt, kunnen fouten optreden die gevaarlijk zijn voor de
patiënt.
Er dient een veiligheidsafstand van minimaal 0,3 m (1,0 ft) te worden aangehouden.
Elektromagnetische omgeving
Het apparaat mag alleen in omgevingen worden gebruikt die in het gedeelte "Gebruiksdoel" van de gebruiksaanwijzing worden vermeld.
Het medische product is voor het gebruik in een zoals hieronder aangegeven elektromagnetische omgeving bedoeld.
Emissies
Conformiteit
Elektromagnetische omgeving
HF-emissies
EN 55011 (CISPR 11)
Gestraald: 30 MHz tot 1 GHz
Geleid: 150 kHz tot 30 MHz
Klasse B, groep 1
Het medische hulpmiddel is bedoeld voor gebruik in
alle instellingen, behalve in woongebouwen en
gebouwen die rechtstreeks (zonder transformator) zijn
aangesloten op hetzelfde laagspanningsnet als
woongebouwen.
Emissies van harmonischen
(IEC 61000-3-2)
Klasse A
Emissies van
spanningsschommelingen en
spanningsflikkering
(IEC 61000-3-3)
Eis wordt nageleefd
Immuniteit tegen
Testniveau en na te leven
elektromagnetische omgeving
Elektromagnetische omgeving
Elektrostatische ontlading
(IEC 61000-4-2)
Contactontlading: ±8 kV
Ontlading via de lucht: ±15 kV
Vloeren van hout, beton of keramische tegels hebben
de voorkeur. Wordt synthetische vloerbedekking
gebruikt, dan moet de relatieve luchtvochtigheid
minstens 30% bedragen.
Snelle elektrische transiënten en
lawines (IEC 61000-4-4)
Netkabel: ± 2 kV
Langere signaal-ingangsleidingen/signaal-
uitgangsleidingen: ± 1 kV
De kwaliteit van de netvoeding moet die voor een
typische commerciële of ziekenhuisomgeving zijn.
Stootspanningen (surges)
(IEC 61000-4-5)
Spanning:
Fase tegen fase: ± 1 kV
Fase tegen aardkabel: ± 2 kV
Kortstondige spanningsdalingen
en -onderbrekingen en
spanningsvariaties
(IEC 61000-4-11)
30% tot 100%, 10 ms tot 5 s, verschillende
fasehoeken
Magneetveld bij netfrequentie
(IEC 61000-4-8)
50Hz en 60Hz: 30 A/m
In de nabijheid van het medische hulpmiddel mogen
geen installaties met buitengewoon sterke
magneetvelden op de netfrequentie in bedrijf zijn
(voorbeeld: een transformatorstation).
Uitgestraalde HF-transiënt
(IEC 61000-4-3)
80 MHz tot 2,7 GHz: 10 V/m
Er kan zich een storing voordoen in de buurt van de
met het volgende symbool gemarkeerde apparatuur:
Geleide HF-transiënten
(IEC 61000-4-6)
150 kHz tot 80 MHz: 3 V
rms
ISM-banden en amateurbanden: 6 V
rms