![SKYLOTEC MILAN 2.0 Скачать руководство пользователя страница 143](http://html1.mh-extra.com/html/skylotec/milan-2-0/milan-2-0_instructions-for-use-manual_1290888143.webp)
143
4.2
EVACUATIE
Met het apparaat kunnen meerdere personen achter elkaar worden gered. Ga als volgt te werk:
Nadat de eerste persoon de grond heeft bereikt en is losgekoppeld van het dalende touw, kan de
volgende persoon aan het touwuiteinde worden vastgemaakt dat opwaarts met de eerste persoon
liep. Dit touw is nu het afdaaltouw en de procedure begint opnieuw. Handmatig omschakelen op het
apparaat is niet nodig. Tijdens de evacuatie moet erop worden gelet dat er geen slappe lijn ontstaat.
Het apparaat is getest voor het afdalen van 75 personen, met een gewicht van 100 kg en een
afdaalhoogte van 100 meter. (Volgens EN341.)
Zwaardere lasten zijn mogelijk; deze hebben echter invloed op de algehele afdaalcapaciteit van het apparaat.
Zie hoofdstuk 7.1 - 7.3.
4.3 REDDING OMHOOG
Apparaten met een handwiel of een Rescue Device Driver maken het heffen van personen vanaf een
lager platform of niveau naar een hoger niveau mogelijk. Nadat het apparaat op een ankerpunt is beves-
tigd en de te redden persoon is bevestigd, kan de persoon naar boven worden getild.
Tijdens het hijsen moet de touwklem (F) worden gebruikt om te voorkomen dat het slachtoffer afdaalt.
F
Dankzij de overbrengingsverhouding kunnen zware personen worden gered zonder grote inspanningen
te hoeven leveren. Het handwiel moet met de klok mee (naar rechts) worden gedraaid.
Verzeker u er tijdens reddingen met behulp van de
MILAN 2.0 POWER
van dat de Rescue Device
Driver
en de MILAN correct in de richting van de klok draaien.
De gewonde persoon mag NOOIT aan de reddingsgordel zijn bevestigd.
Pas op
: Daal nooit af terwijl er een Rescue Device Driver is gemonteerd!
NL