
5
Andere regelingen
Setpunten
CO
2
0…100 % van de max. waarde op UI1
Algemeen (GEN)
0…100 % van de max. waarde op UI1
Druk (Pa)
0…100 % van de max. waarde op UI1
Schaalfactor van UI1
0…10 V DC input
CO
2
10...9900 ppm´
Algemeen
0...100%
Druk
100 Pa...2500 kPa
Neutrale zone
12,5% van het max.
P-band
CO
2
0…100% van UI1
Algemeen (RV)
0…100% van UI1
Druk (Pa)
0…100% van UI1
Integratietijd
0…990 s
Bedieningsparameters 5
Starten van de
externe compensatie
-20…+60°C
Druksetpunt bij een buiten-
temperatuur van -20°C
0 Pa...2500 kPa
Installatie
De OP5U kan worden gemonteerd in een standaard DIN koffer
(minstens 7 modules), in een kast, op een DIN rail of rechtsreeks
met de bijgeleverde vijzen. De Optigo kan tevens worden
gemonteerd op de voorkant van een kast met behulp van de
daartoe bestemde montagekit (optioneel).
De regelaar moet worden aangesloten op een transformator met
een beschermingsisolatie 24V AC als hoofdisolatie.
Zie tabel 1 voor de aansluitingen
Tabel 1. Aansluitklemmen input/ output.
De klemmen 2, 20 en 50 zijn allen onderling aangesloten.
Klem
Benaming
Functie
1
G
Voeding 24 V AC
2
G0
3
20
AGnd
Referentie voor AO1 en AO2
21
AO1
Output 0…10V
22
AO2
Output 0…10V
41
DI+
Referentie voor DI1
42
DI1
Digitale input
43
UI+
Referentie voor UI1 digitaal
44
UI1
0…10 V DC of digitale input
50
AGnd
Referentie voor AI1 en UI1 analoog
51
AI1
Input temperatuursonde PT1000
52
SPI
Input setpuntpotentiometer PT1000
De digitale inputs DI en UI mogen enkel op potentieelvrije
contacten worden aangesloten. Als de Optigo OP5U,
de sondes en andere bedieningselementen worden gevoed
door eenzelfde transformator, moet men er absoluut zeker
van zijn dat de nulgeleider van de transformator goed is
aangesloten op de nulgeleider van alle andere elementen.
Indien dit niet het geval is, kan dit leiden tot een slechte
werking of beschadiging van het toestel. Gebruik afgeschermde
kabels om storingen te voorkomen voor de bekabeling van
de sondes. Sluit de aarding aan. De bescherming van het
materiaal kan worden tenietgedaan door een verkeerd gebruik.
Regelingsmodi
1. De temperatuur ter hoogte van de sonde wordt op het setpunt
gehouden door de outputs AO1 en AO2 te gebruiken. De
instelwaarde van het setpunt kan rechtstreeks worden geregeld
vanaf de display of via een externe setpuntpotentiometer.
Er wordt slechts één PI regelsysteem gebruikt. De analoge
outputs kunnen worden geconfigureerd voor de volgende
combinaties:
De Optigo kan worden geconfigureerd voor de volgende
bedieningsmodi:
AO1
AO2
Gebruikte symbolen
voor de display
1
2
3
4
5
6
7
8
Verwarming
Koeling
Verwarming
Verwarming
Koeling
Verwarming
Koeling
Change-over
-
-
Koeling
Verwarming
Koeling
Register
Register
-
\
/
\ /
\ \
/ /
\ /
\ /
24 V AC
Startsignaal
+
-
G
G0
DI+
DI1
UI+
UI1
A
GND
AI1
SPI
1
2
3
41
42
43
44
50
51
52
20
21
22
A
GND
AO1
-
°C
G0
G
Y
TG-R4/
PT1000
3
4
Figuur 1 Voorbeeld van bekabeling: verwarming/ koeling met
change-over functie en externe setpuntpotentiometer.
Niveau 1.6 van het menu laat toe om het bereik van de
werkingstemperatuur te selecteren.
Laag (1)
-20...+60°C Setpunt = -18°C min., +60°C max.
Medium (2)
20...100°C Setpunt = 22°C min., 100°C max.
Hoog (3)
60...140°C Setpunt = 62°C min., 100°C max.
2. CO
2
regeling
Het CO2 gehalte ter hoogte van de sonde wordt op het setpunt
gehouden door de output AO1 te gebruiken. Er wordt slechts één
PI regelsysteem gebruikt. Het is mogelijk om de min./ max. limieten
te bepalen van de output.
24 V AC
Register
Frequentie
omvormer
CO
2
transmitter
G
G0
DI+
DI1
UI+
UI1
A
GND
AI1
SPI
1
2
3
41
42
43
44
50
51
52
20
21
22
A
GND
AO1
AO2
G0
G
S 0...10V
G0
G
Y
20
21
22
A
GND
AO1
AO2
-
+
Start-
signal
Figuur 2. Voorbeeld van bekabeling:
CO2 regeling met register of frequentieomvormer.
3. Algemene regeling
Het setpunt van de sonde wordt hersteld door het signaal te
regelen van de outputs AO1 en AO2. AO1 wordt gebruikt
voor de positieve regeling, AO2 voor de negatieve regeling.
Er wordt slechts één PI regelsysteem gebruikt.
Gebruik een HMH hygrostaat in serieschakeling op de klemmen
41 en 42 indien u een max. limiet wenst voor de vochtigheid.