
63
Gebruik van een generator
Bij aansluiting op generatoren kan de plasmasnij-
machine beschadigd raken.
Wanneer ze worden aangesloten op een plasmasnij-
machine kunnen generatoren grote spanningspulsen
produceren die de plasmasnijmachine kunnen
beschadigen. Gebruik alleen asynchrone generatoren
met stabiele frequentie en spanning.
Defecten in de plasmasnijmachine die zijn veroorzaakt
door de aansluiting van een generator vallen niet
onder de garantie.
Aanvoer van perslucht
De persluchtslang moet worden aangesloten op de
achterkant van de stroombron.
De lucht moet schoon
en droog zijn om te voorkomen dat de toorts-
onderdelen snel slijten. Hiervoor kan een speciaal
luchtfilter worden gemonteerd.
De compressor moet een capaciteit hebben van
minimaal 120 l/min. bij een druk van 6-8 bar op de
ZETA 40/60 en min. 180 l/min. bij een druk van 6-
8 bar op de ZETA 100. De compressor mag niet
boven de 8 bar komen.
In de achterkant van de stroombron zit een luchtfilter
met een manometer en een drukregelaar.
Afstellen van de luchtdruk
De stroombron is voorzien van een drukschakelaar die
de machine stopzet als de ingangsdruk onder de 3 bar
komt (zie voorpaneel hierboven).
Schakel de machine IN.
Druk op de knop “luchttest” op het voorpaneel (de
gasklep gaat dan open)
Controleer de luchtdruk op de meter en stel deze
af op 3,5 bar terwijl u de “luchttest”-knop ingedrukt
houdt. Er kunnen, al naargelang het materiaaltype,
de dikte en de stroomsterkte, verschillende druk-
waarden worden gebruikt. Zorg ervoor dat u de
6 bar niet overschrijdt.
Laat de drukknop los.
Snijden
Stel de snijstroom af op de waarde die nodig is voor
het type en de dikte van het materiaal.
Selecteer de snijstand: normaal of “rastersnijden”.
Zorg ervoor dat de toorts niet in de buurt van
personen of objecten komt en druk op de toorts-
schakelaar. De hulpboog start dan.
Plaats de toorts dicht bij het werkstuk. De boog wordt
nu overgebracht op het werkstuk. Als de toorts binnen
3 seconden na het vormen van de hulpboog niet dicht
bij het werkstuk wordt gebracht, zal de hulpboog uit-
schakelen en moet de bewerking herhaald worden.
Begin met snijden vanaf één uiteinde van het werkstuk
om te voorkomen dat er slakken en spatten op de
toorts komen. Als het snijden vanaf het midden van
het werkstuk gestart moet worden, brengt u de toorts
in een hoek aan om te voorkomen dat slakken en
spatten terugslaan op de toorts.
De hulpboog maakt het overbrengen van de boog ook
mogelijk op een vuil of geverfd werkstuk.
Snijsnelheid
Met de juiste snijsnelheid kunt u het materiaal volledig
snijden en het gesmolten materiaal verwijderen van de
andere kant van het werkstuk, zodat er geen vonken
en spatten terugslaan.
Bij de juiste snijsnelheid heeft de stroom gesmolten
materiaal een hoek van 10-15° ten opzichte van de as
van de toorts. Dit zorgt voor schone snijranden zonder
slakken.
Bij een te lage snijsnelheid wordt het snijgebied
breder, de warmte-beïnvloede zone groter en blijven
er slakken achter op het snijoppervlak.
Bij een te hoge snijsnelheid wordt niet de gehele dikte
van het materiaal gesneden, en slaan er spatten en
slakken terug.
Tijdens het snijden moet de toorts loodrecht op het
werkstuk worden gehouden.
Voordelen van plasmasnijden
Plasmasnijden biedt vele voordelen ten opzichte van
snijden met oxyacetyleen. De warmte-beïnvloede
zone is kleiner, terwijl het hoge zuurstofgehalte bij
oxysnijden betekent dat het niet voor roestvrij staal
kan worden gebruikt. De temperatuur is bij plasma-
snijden hoger dan bij oxysnijden en de stroom
perslucht verwijdert het gesmolten materiaal,
waardoor er schone snijranden achterblijven.
Plasmasnijden kan worden toegepast op alle
elektrisch geleidende materialen.
Slijtende onderdelen
De toorts heeft 2 slijtende onderdelen: de elektrode en
de punt.
Het hafnium uiteinde van de elektrode slijt tijdens het
snijden. Wanneer er 2-3 mm versleten is, moet de
elektrode worden vervangen. Bij een versleten
elektrode zal de hulpboog zich moeilijk vormen. Dat
leidt tot een instabiele boog en een slechtere
snijkwaliteit.
Zorg ervoor dat er geen spatten op de punt komen. De
opening wordt groter en onregelmatig, waardoor de
snijkwaliteit zal verslechteren.
De levensduur van de verbruiksonderdelen varieert en
is ook afhankelijk van de toepassing.
Toorts en reserveonderdelen
Gebruik alleen originele reserve- en slijtdelen.
Let op!
Het is belangrijk om de stroom te regelen met
behulp van het testapparaat voor plasmagas.
De stroom MOET worden ingesteld tussen de
twee lijnen op het gastestapparaat.
Als de stroom niet binnen dit gebied ligt, zal dat
leiden tot een slechte snijkwaliteit of een
kortere levensduur voor slijtende onderdelen.
Summary of Contents for ZETA 100
Page 4: ......
Page 80: ...80 ...
Page 82: ...82 ZETA 40 ...
Page 84: ...84 ZETA 60 ...
Page 89: ...89 ...
Page 96: ...96 ...
Page 97: ... ...