
18
• een dilatatorband (afb. 1.4.2) die de dilatator en de stemprothese met elkaar verbindt,
• een dilatatorlus (afb. 1.4.3), de koppeling met de stemprothese,
• een draadgrendel (afb. 1.4.4) gekoppeld aan de veiligheidsband van de stemprothese (afb. 1.4.6) en
de voerdraad,
• een Provox Vega stemprothese (afb. 1.4.5) met de veiligheidsband (afb. 1.4.6) verbonden aan de
draadgrendel en zodanig gericht dat de tracheale flens (afb. 1.4.7) van de stemprothese naar de
draadgrendel wijst.
De Provox Vega stemprothese bevat een eenrichtingsklep die de TE-punctie open houdt om te kunnen
praten en het risico verkleint dat er vloeistof en voedsel in de trachea komt.
De Provox Vega stemprothese is geen permanent implantaat en moet periodiek worden vervangen.
De prothese is verkrijgbaar in verschillende diameters en diverse maten.
De set bevat verder de volgende niet-steriele materialen:
• 1 gebruiksaanwijzing – Provox Vega Puncture Set
(inclusief 1 illustratiehandleiding),
• 1 Provox Vega handleiding voor de patiënt,
• 1 Provox Brush van een bij de stemprothese passende maat,
• 1 gebruiksaanwijzing voor de Provox Brush
1.4 WAARSCHUWINGEN
Voorafgaand aan de ingreep
• Gebruik het product
NIET
als de verpakking beschadigd of open is. Een niet-steriel product kan
een infectie veroorzaken.
•
NIET HERGEBRUIKEN
en
NIET OPNIEUW STERILISEREN
met welke methode dan ook.
Dit hulpmiddel is uitsluitend bestemd voor eenmalig gebruik. Hergebruik kan kruisbesmetting
veroorzaken. Door reiniging en hersterilisatie kan het hulpmiddel structureel beschadigd raken.
•
GA UITERST VOORZICHTIG
te werk als de patiënt bestraald is met of zonder gelijktijdige
chemotherapie. Deze omstandigheden vergroten het risico van punctiegerelateerde complicaties
(bijvoorbeeld verwijding, granulatie, atrofie). Controleer daarom of het weefsel bestand is tegen
een TE-punctie.
Tijdens de ingreep
Algemeen
•
CONTROLEER
vóór de primaire TE-punctie of de Pharynx Protector diep genoeg is ingebracht
door palpatie van de tracheo-oesofageale wand. Puncteren zonder adequaat gepositioneerde
Pharynx Protector kan weefselbeschadiging veroorzaken.
•
CONTROLEER
of de voerdraad door de naald en het lumen van de Pharynx Protector is
ingebracht en de tracheo-oesofageale wand niet kan beschadigen.
•
CONTROLEER
of de punctienaald verwijderd is voordat de Pharynx Protector wordt verwijderd.
Zonder adequate farynxprotectie kan de punctienaald weefsel beschadigen.
•
CONTROLEER
of de punctiekanaaldilatator op het oesofageale en niet op het tracheale uiteinde
van de voerdraad geplaatst is. Dilatatie dient in posteroanterieure richting plaats te vinden. Bij
dilateren in de verkeerde richting wordt de stemprothese achterstevoren geplaatst, wat aspiratie en
onvermogen tot praten veroorzaakt.
• Trek de voerdraad
NIET
terug door de punctienaald. Gebeurt dat wel dan kan dat tot beschadiging,
scheuren en/of afschrapen van de voerdraad leiden. Als de voerdraad teruggetrokken moet worden,
verwijder de voerdraad en de punctienaald dan samen als één geheel om te voorkomen dat de
voerdraad door de punctienaald wordt beschadigd.
• Gebruik
GEEN
getande vaatklemmen of andere instrumenten die het product kunnen beschadigen.
Secundaire punctie
• Gebruik de meegeleverde Pharynx Protector
NIET
tijdens secundaire puncties. De Pharynx
Protector is uitsluitend bedoeld voor gebruik tijdens primaire puncties.
•
CONTROLEER
vóór een secundaire TE-punctie of het faryngeale/oesofageale weefsel adequaat
beschermd is, bijvoorbeeld met een starre endoscoop.
Na de ingreep
Gebruik van de stemprothese
Losraken of extrusie van de Provox Vega stemprothese uit de TE-punctie kan zich voordoen, met als
gevolg ingestie, aspiratie of weefselbeschadiging. Raadpleeg onderstaand hoofdstuk “Complicaties en
oplossen van problemen” voor nadere informatie over dergelijke voorvallen en hoe deze te voorkomen.
Het risico van losraken of extrusie en de mogelijke gevolgen daarvan kan als volgt worden verkleind:
•
SELECTEER
de juiste maat (d.w.z. lengte) prothese. Een te korte stemprothese die maar net past,
kan tot weefselnecrose en extrusie leiden.
•
INSTRUEER
de patiënt dat hij/zij voor onderhoud alleen originele Provox accessoires van
bijpassende maat en diameter (bijvoorbeeld Brush, Flush, Plug) mag gebruiken, en alle andere
vormen van manipulatie moet vermijden.
•
INSTRUEER
de patiënt dat hij/zij onmiddellijk een arts moet raadplegen bij verschijnselen van
oedeem en/of ontsteking/infectie van weefsels.
•
KIES
toepasselijk gevormde laryngectomie canules of stomabuttons (indien gebruikt) die tijdens
gebruik geen druk uitoefenen op de prothese, en die tijdens inbrengen of verwijderen niet aan de
tracheale flens van de prothese blijven haken.
1.5 VOORZORGSMAATREGELEN
Onderzoek altijd of het weefsel in het gebied van de TE-punctie geschikt is om gepuncteerd te
worden. Als dat niet het geval is, bijvoorbeeld door overmatig littekenweefsel of bestralingsfibrose,
voer de procedure dan uiterst voorzichtig uit en staak de ingreep als het dilateren van de TE-punctie
te veel kracht vergt.
•
CONTROLEER
patiënten met een bloedingsstoornis of patiënten op anticoagulantia vóór
secundair puncteren en protheseplaatsing zorgvuldig op bloedingsrisico’s.
•
PAS ALTIJD
een aseptische techniek toe bij het hanteren van de punctieset om het infectierisico
te verkleinen.
•
VERWIJDER
de Pharynx Protector voordat met dilateren wordt begonnen. De stemprothese kan
in de Pharynx Protector vast komen te zitten als gepoogd wordt de procedure te voltooien zonder
de Pharynx Protector te verwijderen.
•
CONTROLEER
of de voerdraad adequaat opgevoerd en in positie vastgezet is in de draadgrendel.
Als de voerdraad niet goed vergrendeld is, kan de draad loskomen van de draadgrendel, waardoor
de procedure niet kan worden voltooid.
•
GA ALTIJD
langzaam te werk en zonder overmatige kracht te gebruiken tijdens het dilateren en
het plaatsen van de prothese. Anders kan weefselbeschadiging ontstaan.
•
ONDERSTEUN
het tracheo-oesofageale weefsel tijdens het dilateren. Anders kan een ruptuur
ontstaan. Als het tracheo-oesofageale weefsel ruptureert, moet de TE-punctie procedure worden
Unregistered
copy